Eens een hoer, altijd een hoer?

Eens een hoer, altijd een hoer?
Ik ben op mijn werk als een bericht krijg van een pakketbezorgdienst. Mijn pakketje is afgegeven bij een afhaalpunt, ik was niet thuis. Ik zoek het adres op en ga na mijn werk langs om het op te halen. Ik moet toch nog wat dingen doen op het groot winkelcentrum dus het komt goed uit.
Ik loop de telecomwinkel binnen, de pakketten liggen gewoon in de winkel. De medewerker zegt dat ik zelf moet kijken welke van mij is. “Lekker dan”; denk ik bij mezelf; “Moet ik het nog zelf zoeken ook.” De medewerker kijkt me erg vriendelijk aan en hij komt me ergens vaag bekend voor.
Meestal denk ik dan als eerst dat ik hem ooit als klant heb gehad. Ik heb immers 15 jaar in Utrecht gewerkt en ik kom regelmatig klanten tegen die mij vroeger hebben bezocht. Deze keer denk ik het niet en het fijn om een man niet meteen te plaatsen in het hokje als hoerenloper.
Hij vraagt of mijn adres klopt en ik teken op het apparaat. Ik loop niet vermoedend naar buiten en de medewerker komt achter me aan. Buiten de winkel spreekt hij me aan. “Ja”; zegt ‘ie; “Ik kon net niets zeggen, er stond nog een klant in de winkel. Ik ben vroeger weleens bij jou geweest” en kijkt me hoopvol aan.
Die ochtend op mijn werk. Ik laat heel trots mijn kleren aan mijn collega zien en zeg nog; “Ik zie er steeds meer uit als een mama in herstel.” We lachen samen wat en ik besef me hoe ver ik gekomen ben. Ik heb hard moeten vechten en ik realiseer me steeds meer dat ik mezelf niet meer “zo” zie.
Dat is een grote overwinning, het beeld wat ik van mezelf heb is veranderd. Hoe een ander me ziet, doet er steeds minder toe. Ik weet wie ik ben en waar ik voor sta. Het accepteren van mijn verleden, dat het is wat het is, gaat me steeds beter af.
Ik sta daar in een redelijk verlaten, overdekt winkelcentrum. Het is vrijdagmiddag, ik ben moe. In mijn hoofd was ik met een planning bezig, kinderen ophalen, wat eten we, enz. Ik ben totaal niet op mijn hoede als de telecomwinkel medewerker waar ik net mijn pakketje heb opgehaald, me op die manier aanspreekt.
Ik verhef mijn stem en zeg ik dat dat werk niet meer doe. “Het geeft niet, sorry”; fluistert hij bijna. Ik draai me om en loop weg. Ik loop verder naar mijn bakfiets, doe mijn tassen in de bak en haal het fiets van het slot. Mijn hoofd draait ondertussen overuren.
Ik voel en probeer te voelen. Mijn hoofd zegt gelukkig alle juiste dingen. Heel even kwam de gedachte omhoog, “50 euro, 10 minuutjes werk, snel verdiend.” Maar mijn nieuwe coping neemt het meteen over. “Ik doe dat werk niet meer, ik heb een ander leven. Ik ben niet meer zo. Ik ben een mama in herstel.” Ik weet niet zo goed hoe ik me voel en ben mijn hoofd deze keer vooral dankbaar.
Dat weekend heb ik er nog regelmatig aan gedacht. Hoe ik had “moeten” reageren, hele dialogen speelden zich af in mijn hoofd. Hij heeft mijn adres, daar waar ik woon met mijn kinderen, mijn veilige plek. Voelt mijn huis nog wel veilig? Lachend wuif ik die gedachte weg, mijn huis voelt zeker nog veilig, daar zorg ik wel voor.
Eens een hoer, altijd een hoer? Lekker stigma en ik heb erover nagedacht. Het gaat er niet om hoe een ander mij ziet. Daar heb ik geen invloed op. Zolang ik van mezelf weet dat mijn hart oprecht is en mijn intenties zuiver, is het goed. Ik durf te leven vanuit mijn hart, daardoor leer ik steeds beter wie ik ben.
Het pad wat ik gekozen heb nu, is niet altijd even makkelijk. Maar het is het absoluut waard. Het voelen is soms zo intens, maar ik kan het zonder te verdrinken in mijn emoties. Ik kan het zonder mezelf te willen verdoven. Ik voel me veilig bij mezelf en dat zorgt ervoor dat ik lekker in mijn herstel zit.
De telecomwinkel medewerker heeft uiteindelijk geen invloed op hoe ik mezelf zie. Ik ben niet meer onzeker als het gaat over mijn zelfbeeld en dat haalt de macht die stigma’s over mijn gedachten hebben weg. Dit inzicht, het gevoel dat ik ervan krijg, geeft me kippenvel.
0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.