Moderne Slavernij

3 juli 2022
Moderne slavernij.
Ik ben slachtoffer van mensenhandel.
BAM, daar staat het. Ik denk al de hele week na over hoe ik dit het beste kan verwoorden. Hoe geef je woorden aan iets dat zo pijnlijk en traumatisch was voor me en soms nog steeds kan zijn…
Op 19-jarige leeftijd ben ik verkocht voor 20.000 Duitse Mark aan een Afrikaanse man die ik kende als Jimmy. Hij was mijn pooier en ik heb een tijdje voor hem gewerkt. Ik verdiende gemiddeld 20.000 per maand destijds. Vanaf dat moment had ik een prijs, ik wist wat ik waard was, één maansalaris van mijn zelf verdiende geld.
Ik was geen mens meer, ik was een slaaf. Mijn lichaam was een middel om geld te verdienen, de drugs verdoofde de pijn. Ik dacht dat ik van Jimmy hield en ik probeerde hem tevreden te houden met geld, veel geld. Dat ik daardoor allerlei mensonwaardige dingen toestond, elke dag opnieuw, nam ik voor lief.
Het is me gelukt om te vluchten, ik moest. De mishandelingen, zowel fysiek als geestelijk, waren nog te handelen. Ik was zo gehersenspoeld, ik dacht dat het erbij hoorde, dat het normaal was. Er kwam een moment dat hij een mes op mijn keel zette, dat was het moment waarop ik wist dat ik moest vluchten.
Ik heb jarenlang nachtmerries gehad, dan werd ik in paniek wakker. Ik droomde dat hij mijn keel open sneed met een mes, ik voelde het warme bloed lopen en zat rechtop in bed met mijn handen om mijn keel. Het duurde dan altijd even voordat ik me besefte dat ik veilig was, het was maar een droom.
Het heeft uiteindelijk nog 26 jaar geduurd dat ik durfde toe te geven voor mezelf dat ik slachtoffer ben van mensenhandel. Het trauma was te groot, het besef was te pijnlijk. Dit is iets wat je in films ziet, dat kan toch niet over mij gaan?
1 juli is Ketikoti. Op die dag wordt de afschaffing van de slavernij in Nederland herdacht. Het is een bevrijdingsfeest dat wordt gehouden op 1 juli. Het is goed om stil te staan bij deze gebeurtenis. Het verleden mag en kan zich niet herhalen!
Maar afschaffing van slavernij? Er is toch tot op de dag van vandaag nog steeds sprake van slavernij wereldwijd? Ook in Europa, ook in Nederland. Loop maar een rondje over de Wallen in Amsterdam of ga naar een seksclub. Het is naïef om te denken dat alle dames daar vrijwillig werken.
Dit jaar is het eerste jaar dat ik zelf ook stil sta bij Ketikoti. Ik als ex-slaaf vier mee dat ik vrij ben. Ik als overlevende van mensenhandel voel me geen slachtoffer meer. De scherpe kantjes van het trauma zijn eraf, de herbelevingen zijn nu nog nare herinneringen. De nare herinneringen zijn verhalen die verteld mogen worden.
Mijn ketenen zijn gebroken. Er is ruimte voor herstel.

T.I.A.

21 augustus 2022
Moon morgen kom ik je dope en pas brengen. Gr T.
Wie ben jij???
Wis mijn nummer idioot! Ik ben al 5,5 jaar clean.
Ik ben je buurman maar waarschijnlijk heb ik de verkeerde geappt. Sorry. T.
Ik wil niet weten welke buurman.
Wis mijn nummer aub, dan kan je niet meer de verkeerde appen.
Alvast bedankt.
Dat spijt mij serieus ik haal direct je nummer weg nogmaals sorry
Het is zaterdagavond half 10. Ik lees het en ik probeer te voelen wat het met me doet. Dope en pas? Oh, dat komt me zo bekend voor. Ik ben daardoor in de problemen vroeger. Het leek een goede deal destijds. Ik gaf mijn bankpas mee aan de dealer als borg en kreeg de dope op de pof.
Ik voel een lichte kriebel in mijn buik. Ik ga niet ontkennen dat mijn lichaam reageert op deze app. Gelukkig zegt mijn hoofd andere dingen. Ik app wat vriendinnen, 2 reageren meteen en door het te delen, zakt de kriebel in mijn buik.
Ik denk aan een film met Leonardo DiCaprio, Blood diamond. In deze film zegt hij de zin: “T.I.A. this is Africa.” This is Overvecht, het was soms een jungle waarin ik moest overleven in actieve verslaving.
Dit is Overvecht, waar mijn buurjongentjes dealen. Waar ik regelmatig transacties zie op straat. Waar ik me zorgen maak over een buurvrouw die vol in gebruik is terwijl ze schoolgaande kinderen thuis heeft.
Dit is Overvecht, waar ik bijna dagelijks klanten tegenkom uit mijn prostitutie periode. Waar ik soms op straat wordt aangesproken door ex klanten of ze niet even langs kunnen komen bij mij thuis. Daar waar mijn kinderen wonen? Waar diezelfde ex klanten niet begrijpen dat ik dat werk niet meer doe. “Je hebt toch geld nodig?”
Dit is Overvecht, waar ik regelmatig dealers tegenkom van vroeger. Waar ik vaak te horen krijg dat ik er nu zo goed uitzie. “Dat komt omdat ik jou niet meer bel, ik ben clean!” Waar ik nu een praatje maak met mijn dealers omdat ik niet wil weglopen voor mijn verleden. Ik kan niet weglopen, ik kom het overal tegen.
Dit is Overvecht, waar ik echt naar de klote ben gegaan. Waar ik heb ontdekt hoe het voelt om steeds te dieper te zinken. Waar ik mezelf ben kwijtgeraakt. Waar ik mezelf terugvond tussen de puinhoop van wat er over was van mijn leven.
Dit is Overvecht, waar ik keer op keer mag voelen hoe sterk ik ben. Waar ik de verleiding niet uit de weg kan gaan, het is overal. Waar ik me op mijn werk mag inzetten om andere te ondersteunen in hun herstel. Waar mijn verleden en mijn openheid over mijn verleden een waardevolle toevoeging is in mijn contact met de ander.

Gastdocent

Gastdocent
“Juf, dus je was vroeger een hoer?”
“Maar juf, als jij 16 was, dan waren die mannen toch pedo’s?”
“Je leeft nog gewoon!”
Ik ben gevraagd om als gastdocent een les te verzorgen op Kranenburg. Het onderwerp is drugs en daar kan ik wel het een en ander over vertellen. Ik ken de school nog van een paar jaar geleden toen ik de bliksemstage voor Jinc verzorgde bij de 5050 store.
De leerlingen zijn rond 15, 16 jaar. Dat is een mooie leeftijd voor mij om een deel van mijn levensverhaal tegen te vertellen. Dat is de leeftijd waarop bij mij alles escaleerde en het goed fout ging. Op 16-jarige leeftijd werd ik het huis uit gezet door mijn moeder.
Op de heenweg naar de school fiets ik door de stad. Langs ‘De Tunnel’, Hoog Catharijne en de Catharijnesingel waar vroeger de inloop zat. Ik voel de spanning in mijn buik, dit leven ligt ver achter mij en is soms nog zo dichtbij.
“Juf, dus je was vroeger een hoer?” “Nee, ik speelde de hoer.” Ik leg uit dat je het kunt vergelijken met vroeger, toen je nog klein was. Dan trok ik een prinsessenjurk aan en speelde ik dat ik een prinses was. Ik was geen hoer, ik speelde een hoer. Dit nuance verschil is zo belangrijk voor mij.
Als ik spreek over mijn verslaving, leg ik uit waarom ik in de prostitutie ben beland. De aandacht die ik thuis niet kreeg, zocht ik buiten de deur. Ik verwarde liefde en intimiteit met seks. Al snel was ik verslaafd. Zowel aan de drugs als de aandacht de ik kreeg van mannen.
“Maar juf, als jij 16 was, dan waren die mannen toch pedo’s?” Ik zie de glinstering in jouw ogen, maar je vraag voelt oprecht en ik geef zo eerlijk mogelijk antwoord. “Daar wil ik nog niet over nadenken. Dat doet teveel pijn.” “Dat ik als meisje van 16 jaar op straat stond, verslaafd en in de prostitutie belande, is al erg genoeg.”
Ik heb een deel van mijn levensverhaal verteld en netjes de vragen beantwoord. Met netjes bedoel ik eerlijk, vanuit mijn hart en vooral echt. Dat is wat de leerlingen voelen, of het echt is of niet. Het lukt me om de aandacht vast te houden van deze bijzondere groep jongeren.
Wat een mooie ervaring is dit. Het sparren met de jongeren, elkaar uitdagen en kijken waar de grens ligt. Ik ben in mijn element, dit is wat ik kan. Hier ben ik goed in. Ik kan mijn verhaal moeiteloos aanpassen aan de doelgroep waarvoor ik spreek.
Ik zie dat ik contact heb met de leerlingen. Ik zie dat mijn verhaal raakt. Ik weet niet wat en of ik iets teweeg heb gebracht bij de leerlingen. Ik weet wel wat het met mij heeft gedaan. Ik heb mezelf 3 keer horen vertellen dat het niet mijn schuld was.
De volwassen om mij heen hadden ervoor moeten zorgen dat ik veilig kon opgroeien. Een meisje van 16 jaar dat verslaafd is aan harddrugs en in de prostitutie beland, is nog steeds een kind. Een kind dat gehoord en gezien wou worden en in plaats daarvan keihard werd afgewezen.
Door te vertellen over vroeger, geef ik het kind in mij de aandacht die ze verdient. Het meisje wat niet werd gezien, staat nu voor de klas te vertellen over haar jeugd. Ik voel de connectie en verbinding met mezelf en de jongeren.
Als ik mijn kinderen die middag ophaal van school, knuffel ik ze net wat langer dan normaal. Ik weet niet wie het harder nodig heeft, mijn kinderen of ik. Ik weet wel dat ik opnieuw veel liefde voel voor het 16-jarige meisje in mij. Dat meisje wat zich zo waardeloos, mislukt en onbelangrijk voelde. In gedachten fluister ik “Het was niet mijn schuld.”

Ervaringswerker

Ervaringswerker
We spreken elkaar aan de telefoon. Ik heb je al eerder gezegd dat ik niet van het woord ervaringsdeskundige hou. Het heeft een bepaalde lading voor mij, ik ben niet deskundig.
Ik ben iemand die zijn ervaring inzet om andere te ondersteunen. Ik werk met mijn ervaring. Ondanks dat ik straks gediplomeerd ben, kijk ik er zo tegenaan. Op deze wijze hoop ik me te onderscheiden van de rest.
Tijdens het gesprek pas je je aan, je gebruikt het woord ervaringswerker. Er is nog zoveel meer dat ik jou wil vertellen in dit kader, maar ik hou mijn mond. Mijn ego zit me in de weg.
Tegen mijn collega uit ik het wel en ik voel dat het echt een ego dingetje is. Bah, wat ben ik soms toch een naar mens, denk ik later. Maar wat is dat dan? Waarom voel ik die weerstand bij het woord deskundig?
Ik heb vanaf mijn 13de met de hulpverlening te maken gehad. De hulpverlening toen werkte heel anders als nu. Het is dan ook 30 jaar geleden. Er werd mij verteld wat ik moest doen. Hun waren de professionals, de hulpverleners. Oftewel, hun wisten het beter, ze hadden er immers voor geleerd.
Toen ik in 2020 begon met werken als ervaringsdeskundige, nam ik een heel groot ego mee. Ik was God’s geschenk voor de mensheid, ik zou wel even vertellen hoe het moest. Ik was me totaal niet bewust van hoe ik overkwam en wat ik deed.
Ik was toch degene met de ervaring, niemand was zo goed als mij. Gelukkig heb ik een collega dat mij liet landen en mij veel heeft geleerd in de afgelopen 2,5 jaar. Hij liet me zien hoe het anders kan.
Mijn ego werd deels gevoed door mijn onzekerheid. Ik overschreeuwde mezelf en liet continu van me horen. Er was een tijd dat ik gehospitaliseerd was door mijn verleden. Dat kwam door de hulpverlening en mijn pooier en andere mensen in mijn omgeving.
Ik kon niet meer voor mezelf denken. Een ander wist het beter, dat dacht ik echt. Wat een verschil met nu. Vroeger was ik elke dag opnieuw bezig met mezelf verdoven en er geestelijk niet willen zijn. Dat heeft ook niet bijgedragen aan het ontwikkelen van een eigen wil of mening.
En nu? Ik heb inmiddels geleerd om vanuit een nederige houding te werken. Ik werk vanuit een gelijkwaardige houding als professional. Dat is knap lastig als mijn ego weer eens in de weg zit, omdat ik denk dat ik het beter weet.
Ik heb inmiddels geleerd dat je moet kijken naar de persoon. Ik moet vooral niet mezelf op de ander projecteren. Dan kan ik kijken naar wat het hoogst haalbare is voor de ander zonder mijn referentiekader toe te passen.
Ik zie veel ervaringsdeskundigen met andere werkwijzen. Ik ben bij mezelf te rade gegaan wat ik nodig had vroeger. Wat vond ik wel prettig en wat vooral niet? Wat werkte wel en hoe kan ik dat inzetten bij een ander?
Inmiddels weet ik dat een papiertje niets zegt. Ervaringsdeskundige is geen beschermde titel. Iedereen mag en kan zichzelf ervaringsdeskundig noemen. En velen doen dat dan ook te pas en te onpas.
Ik zet mijn ervaring in op de werkvloer, vandaar dat ik mezelf ervaringswerker noem. Dat klinkt laagdrempeliger en meer toegankelijker. Het komt vooral omdat ik zelf moeite heb met het woordje deskundig. Ik ben niet deskundig, maar ik heb heel veel ervaring om mee te werken!

Ik kies mij

Ik kreeg vorige week een mailtje van mijn moeder. Het was geen lief mailtje en ik vond de toon van de mail niet aardig. De mail was opnieuw een bevestiging dat ik de juiste keuze heb gemaakt.
Communiceren is nooit de sterkste kant geweest van mijn moeder. Er werd vroeger thuis weinig gepraat. Als je het negeert, gaat het misschien vanzelf over. Dat werkte niet in mijn geval kan ik je vertellen.
Ik kan me herinneren dat ik als meisje van een jaar of 12 aan de eettafel zat met mijn armen in met verband. Ik had mijn polsen kapot gesneden en er zelf verband om gedaan. Het werd compleet genegeerd.
Het was van mijn kant een duidelijke schreeuw om aandacht. Maar mijn schreeuw om aandacht werd vaker genegeerd. Ik moest me niet zo aanstellen werd er dan gezegd.
Ik word er nu vooral erg verdrietig van als ik me bedenk hoe dat voor mij was als klein meisje. Hoeveel emotionele pijn voel je als je je bedenkt dat in je armen snijden een oplossing is. Automutilatie was niet een ding in mijn directe omgeving. Hoe ik op dat idee ben gekomen, ik weet het niet meer.
Ik las een tijdje geleden dat een kind dat mishandeld wordt, stopt niet met houden van zijn ouders, het stopt met houden van zichzelf. Die kwam binnen en goed ook. En denk dan in mishandeling in de breedste zin van het woord.
Mishandeling is niet alleen slaan. Mishandeling is ook een gebrek aan opvoeding, geen grenzen stellen. Denk aan emotionele verwaarlozing, een thuis dat niet veilig voelt of het gevoel van afwijzing. En vooral die laatste 2 hebben mij erg beschadigt.
Ik ben jarenlang bezig geweest met een band hebben met mijn moeder, een band die er niet was. Dat was zo ontzettend vermoeiend en keer op keer deed ik mezelf pijn. Ik was heel goed in de rol als ontspoorde dochter. Ik heb mijn moeder heel veel pijn gedaan en die schuld drukte zwaar op me.
In mijn proces van herstel, zag ik dat ik niet de slechte dochter was. Sterker nog, ik was een kind dat probeerde te overleven. Ik was zo enorm beschadigt dat ik coping had aangeleerd om te overleven in plaats van leven. Waar waren de volwassenen die mij hadden moeten beschermen?
Wat mijn vader deed was altijd zichtbaar. Die dronk, had dan losse handjes, enz. Mijn vader ging vreemd, hij is 3 keer bij mijn moeder weggegaan voor een andere vrouw en ze nam hem elke keer terug. Mijn loyaliteit naar mijn vader toe is al een paar jaar voorbij. We hebben geen contact meer en dat is ok voor mij.
Dat proces met mijn moeder daarentegen, dat is wat lastiger. Ik was nog niet bereid het vertrouwde, veilige gevoel van mijn lijden op te geven. Ik was heel lang niet bereid om de waarheid onder ogen te zien. De waarheid bestaat niet, maar wel mijn ervaring en hoe het echt voor mij was. Ik durfde die laatste hoop op een goede relatie met mijn moeder niet los te laten.
Tot het moment dat ik het wel deed. Ik hou inmiddels genoeg van mezelf om mijn grenzen aan te geven. Ik heb dat vol overtuiging gedaan met heel weinig woorden. Mijn herstel staat op nummer 1 en alles en iedereen die dat in de weg staat, moet wijken. Dat doet pijn, maar ik voel me veilig genoeg bij mezelf om die pijn te dragen. Ik ben ver genoeg in herstel om mijn gehechtheid aan mijn lijden los te laten.
Ik ben op het punt in mijn leven dat ik kies voor mij. Ik kies voor mijn herstel en alles wat daar bij komt kijken. Ik besef me dat ik een keuze heb. Ik weet ook dat sommige keuzes pijn doen, zowel bij mij als bij een ander. Ik draag mijn verantwoordelijkheid en accepteer de gevolgen van mijn keuzes. Deze keuze kan ik alleen maken omdat ik in herstel ben. Ik kies mij, elke dag opnieuw!

Snijden

Ik kom terug in Utrecht met de trein na een dag school. Ik ben moe, het was intensief vandaag. Ik haal de kinderen op van de opvang en doe wat ik moet doen als alleenstaande moeder. Eten maken, helpen met tanden poetsen, billen wassen en de kinderen naar bed brengen.
Ik help de jongste met zijn kleren uitrekken en voor ik het weet lopen de tranen over mijn wangen. Ik probeer mijn pijn nog even weg te slikken. Ik leg de kinderen op bed, het licht blijft nog een paar minuutjes aan, ze mogen even lezen.
“Mama, niet huilen.” Ik leg uit dat ik erg moe ben, dat mijn tranen niet hun schuld zijn. Mama’s zijn soms erg moe en dan huilen ze een beetje. Het licht aanlaten doe ik expres, dan komen ze niet uit bed en dat geeft mij een paar minuten om deze pijn te voelen.
Ik heb de afgelopen week 2 keer gesproken, om mijn verhaal te delen. Dan ben ik open en durf ik steeds meer van mezelf te laten zien. Ook de kwetsbare dingen waar ik me vroeger voor schaamde in actieve verslaving. Anders heeft het voor mij geen zin om mijn verhaal te vertellen.
Vandaag op school ben ik diep gegaan voor mijn gevoel. Ik heb voor het eerst mijn pijn uitgesproken over bepaalde trauma’s. Ik was trots op mezelf, ik wist niet dat ik zoveel durfde te voelen. Het voelt als een stap verder in herstel.
Ik kom thuis en knuffel mijn kinderen wat steviger. Ik wil me troosten door hun nabijheid. Ik doe mijn dingen nu even op de automatische piloot en het moment dat ik de kleren uittrek bij mijn jongste, is het moment waarop ik besef dat ik me leeg voel. Ik wil me niet meer zo voelen.
De volgende gedachte is “Ik moet mezelf snijden!” Ik schrik, de drang is zo intens en ik schakel direct. Wie kan ik bellen, wat moet ik doen? Is de buurvrouw thuis? Dan kan ik mijn messen bij haar afgeven. Terwijl ik mijn kind help met uitkleden en zijn pyjama aantrekken, flitsen deze gedachten door mijn hoofd.
Dan ineens het besef, hoe verdrietig is het dat ik mezelf wil snijden om te voelen dat ik leef. Ik voelde zoveel de afgelopen week. Mijn lesdag vandaag was misschien net even teveel. Ik weet nog niet hoe ik met dat gevoel moet omgaan, me leeg voelen. Deze manier van me leeg voelen is juist positief, het is omdat ik emotioneel aan het opruimen ben. Helaas lijkt het op dissociatie en het triggert oude coping.
Voor het eerst in mijn leven voel ik pijn omdat ik me besef dat die oude coping zo niet ok is. Deze drang om te snijden zodat ik voel dat ik leef. Ik was deze keer niet verdwaald in mijn hoofd, ik voelde alleen heel veel en daarna voelde ik even die leegte. Ik huil en deze pijn die ik nu voel is verdriet voor mijn oude ik. Ik huil om dat kleine meisje dat ooit had bedacht dat snijden de oplossing was.
Na een paar minuten droog ik mijn tranen, de drang om te snijden is weg. Het verdriet om mijn oude ik, in dit geval dat kleine meisje, mag er zijn. Het voelt als de volgende stap in herstel en ik ben vooral dankbaar voor dit besef en deze inzichten. Ik kan de pijn toelaten, ga er doorheen en ik durf het eindelijk los te laten.
De oude coping, dat past niet meer bij mij. Dat het van tijd tot tijd in mijn gedachten komt, is niet nieuw. Ik vecht er tegen of ik laat de gedachten toe en ik doe het niet. Het zijn gedachten, die komen en gaan. Het zijn momentopnames en ik weet dat ze voorbij gaan.
Ik vecht om de beste versie van mezelf te kunnen geven aan mijn kinderen. Ik had nooit van te voren kunnen bedenken dat ik mijn kinderen tegelijkertijd zo nodig zou hebben in dit proces. Na nog een laatste kus doe ik het licht uit op de kinderkamer. “Tot straks in dromenland.”