Gastdocent
“Juf, dus je was vroeger een hoer?”
“Maar juf, als jij 16 was, dan waren die mannen toch pedo’s?”
“Je leeft nog gewoon!”
Ik ben gevraagd om als gastdocent een les te verzorgen op Kranenburg. Het onderwerp is drugs en daar kan ik wel het een en ander over vertellen. Ik ken de school nog van een paar jaar geleden toen ik de bliksemstage voor Jinc verzorgde bij de 5050 store.
De leerlingen zijn rond 15, 16 jaar. Dat is een mooie leeftijd voor mij om een deel van mijn levensverhaal tegen te vertellen. Dat is de leeftijd waarop bij mij alles escaleerde en het goed fout ging. Op 16-jarige leeftijd werd ik het huis uit gezet door mijn moeder.
Op de heenweg naar de school fiets ik door de stad. Langs ‘De Tunnel’, Hoog Catharijne en de Catharijnesingel waar vroeger de inloop zat. Ik voel de spanning in mijn buik, dit leven ligt ver achter mij en is soms nog zo dichtbij.
“Juf, dus je was vroeger een hoer?” “Nee, ik speelde de hoer.” Ik leg uit dat je het kunt vergelijken met vroeger, toen je nog klein was. Dan trok ik een prinsessenjurk aan en speelde ik dat ik een prinses was. Ik was geen hoer, ik speelde een hoer. Dit nuance verschil is zo belangrijk voor mij.
Als ik spreek over mijn verslaving, leg ik uit waarom ik in de prostitutie ben beland. De aandacht die ik thuis niet kreeg, zocht ik buiten de deur. Ik verwarde liefde en intimiteit met seks. Al snel was ik verslaafd. Zowel aan de drugs als de aandacht de ik kreeg van mannen.
“Maar juf, als jij 16 was, dan waren die mannen toch pedo’s?” Ik zie de glinstering in jouw ogen, maar je vraag voelt oprecht en ik geef zo eerlijk mogelijk antwoord. “Daar wil ik nog niet over nadenken. Dat doet teveel pijn.” “Dat ik als meisje van 16 jaar op straat stond, verslaafd en in de prostitutie belande, is al erg genoeg.”
Ik heb een deel van mijn levensverhaal verteld en netjes de vragen beantwoord. Met netjes bedoel ik eerlijk, vanuit mijn hart en vooral echt. Dat is wat de leerlingen voelen, of het echt is of niet. Het lukt me om de aandacht vast te houden van deze bijzondere groep jongeren.
Wat een mooie ervaring is dit. Het sparren met de jongeren, elkaar uitdagen en kijken waar de grens ligt. Ik ben in mijn element, dit is wat ik kan. Hier ben ik goed in. Ik kan mijn verhaal moeiteloos aanpassen aan de doelgroep waarvoor ik spreek.
Ik zie dat ik contact heb met de leerlingen. Ik zie dat mijn verhaal raakt. Ik weet niet wat en of ik iets teweeg heb gebracht bij de leerlingen. Ik weet wel wat het met mij heeft gedaan. Ik heb mezelf 3 keer horen vertellen dat het niet mijn schuld was.
De volwassen om mij heen hadden ervoor moeten zorgen dat ik veilig kon opgroeien. Een meisje van 16 jaar dat verslaafd is aan harddrugs en in de prostitutie beland, is nog steeds een kind. Een kind dat gehoord en gezien wou worden en in plaats daarvan keihard werd afgewezen.
Door te vertellen over vroeger, geef ik het kind in mij de aandacht die ze verdient. Het meisje wat niet werd gezien, staat nu voor de klas te vertellen over haar jeugd. Ik voel de connectie en verbinding met mezelf en de jongeren.
Als ik mijn kinderen die middag ophaal van school, knuffel ik ze net wat langer dan normaal. Ik weet niet wie het harder nodig heeft, mijn kinderen of ik. Ik weet wel dat ik opnieuw veel liefde voel voor het 16-jarige meisje in mij. Dat meisje wat zich zo waardeloos, mislukt en onbelangrijk voelde. In gedachten fluister ik “Het was niet mijn schuld.”